DORP IN EEN STAD



Woningnood is een veelzeggende term. Er is dringend behoefte aan woningen omdat de nood van woningzoekenden hoog is. Maar het woord woningnood van onze tijd is er één in de filosofische zin van het woord. We zijn bouwen namelijk gaan beschouwen als een functionele (nood)zaak in plaats van een permanent aanwezig onderdeel van onze leefwereld.

Woonbeleving is veel meer dan gebruiksvriendelijkheid. Er hangen psychologische concepten omheen die voorbij de normale expertise van ons vak gaan. Een uitgangspunt voor de beleving is dat architectuur en de mens in relatie tot elkaar staan, elkaar als het ware versterken. Zonder mens is er geen architectuur. Architectuur zou dus per definitie altijd menselijk moeten zijn.



Sinds een aantal jaar woon ik in de stad, in een naoorlogse galerijflat zoals er vele grootschalige, seriematige projecten gebouwd zijn in Nederland. Van bovenaf ontworpen en in eerste plaats bedacht om zo veel mogelijk mensen te huisvesten. Deze architectuur is zeer pragmatisch en functioneel. Het gaat om snel en efficiënt bouwen, gestandaardiseerde elementen, seriematige constructie, industriële maateenheden en makkelijk te verwerken materiaalsoorten, ect.

Mijn flat is een op zich zelf staand en geïsoleerd bouwwerk te midden van zijn omgeving. Deze constructies en ontwerpconcepten kunnen de wisselwerking tussen mens, object en omgeving niet uitbeelden. Zo ontstaat een breuk tussen het individu en de omgeving, het eigen landschap en het andere. Het zich ergens vestigen is op zich niet plaatsgebonden, maar vooral groep gebonden. Met dit ontwerp heb ik deze gedachtegang uitgewerkt tot een ‘dorp in een stad’. Een plek die ontworpen is om de ander te ontmoeten.