TUSSENRUIMTE


Er zijn vele grootschalige, seriematige projecten gebouwd in Nederland. Deze invalshoek is deels ideologisch, maar eigenlijk voornamelijk vanuit productie beredeneerd. Door het werken in series werd het mogelijk om in snel tempo veel woningen te bouwen. De wijken zijn opgezet naar de gedachte dat het als sociale en ruimtelijke eenheid zou moeten functioneren. Maar deze robuuste stedenbouwkundige structuur, veelal sociale woonwijken zijn het centrum zijn waar spanningen tussen lokale en globale verandering samenkomen. Ik ben van mening dat deze woningen voorbij gaan aan hun ideaal, een veilig en vertrouwde omgeving en juist bijdragen aan problematiek als vereenzaming, respectloosheid, (kleinschalige)criminaliteit en zo zelfs polarisatie in de hand werken.

De architectuur is veelal zeer pragmatisch en functioneel. Het gaat om maateenheden, constructie, materiaalsoorten ect. Het beschrijft een gebouw en daarbinnen de mens als vorm. Maar deze termen kunnen de wisselwerking tussen mens, object en omgeving niet beschrijven. Ik denk dat deze wisselwerking juist zo belangrijk is omdat architectuur een emotionele uitwerking kan hebben op de mens, het kan een zeker bewustzijn prikkelen en hierdoor gedrag veranderen.



Uit dit onderzoek komt dat de vele woningen gekenmerkt worden door een harde scheiding tussen binnen en buiten. De vormen zijn onpersoonlijk en hard. Door de grote ramen bied de woning niet langer een afscheiding van de straat. Je zit als het ware in een grote etalage. Ook is mij opgevallen dat door deze manier van bouwen geen personalisering kan ontstaan. Hierdoor ontbreekt eigenheid in de wijk en het op deze manier dus een anoniem woonblok blijft. Er is geen plaats is voor de vaak onbesproken tussenruimte.

Een deur waar twee werelden samenkomen, die een dialoog met elkaar aangaan. De overgang van de ene naar de andere ruimte is geen scheiding maar een plaats waar twee gebieden elkaar overlappen en tegelijkertijd aanwezig zijn. Het tussen is niet alleen open en gesloten, ruimte en massa, het moet beide zijn. Net als de mens zelf, moet het tussen zowel in- als uitademen.